<b>Paul Stamps</b><br><br> De interesse in de beeldende kunst begon bij Paul Stamps zo halverwege de jaren zeventig. Ervan overtuigd dat hij zelf de kwaliteiten heeft om zich beeldend te uiten, volgt hij van 1977 tot 1982 beeldhouwlessen bij de Amsterdamse beeldhouwer Karel Gomez. Geïnspireerd door deze kunstenaar is zijn werk nog voornamelijk figuratief. Hij maakt gebruik van materialen als chamotte, brons, koper en metaal. In 1979 en 1983 resulteren de inzendingen naar Arti en Pectini in respectievelijk een 1e en een 2e prijs in categorie boetseren/beeldhouwen.<br><br> <a href="http://www.voeks.nl/Kunst/stamps.htm" target=_blank><img src="beeld.jpg" border=0 align=right></a>Vanaf 1984 besluit Paul te stoppen met de lessen en zich te richten op een vormentaal, die meer eigen is. Hij experimenteert met verschillende technieken en komt tot een eigen geabstraheerde reliëfvorm. Van 1986 tot 1989 runt hij samen met zijn vrouw Rosalie het bedrijf Art2000. Paul produceert voornamelijk reliëfs en Rosalie behartigt de zakelijke belangen. In deze periode wordt er regelmatig geëxposeerd en worden er veel geïnteresseerde bedrijven aangedaan. Na deze “reliëfperiode” begint er een ontwikkeling te komen aangaande vormgeving “pur sang” Paul voelt zich erg aangetrokken door materialen als albast , kalksteen en serpentijn. Om de complexe techniek van de bewerking van steen goed onder de knie te krijgen, besluit hij tot het volgen van lessen bij de beeldhouwer F.Garenfeld. Dit resulteert in de productie van <a href="http://www.voeks.nl/Kunst/stamps.htm" target=_blank>gestileerde en geabstraheerde stenen sculpturen</a>.<br><br> In 2002 richt Paul Stamps Dutch Art Design op. Vanaf dan werkt hij in zijn eigen atelier [Westerkade 1a te Gouda] aan abstracte houten reliëfs en moderne houten objecten. In de expositie te Dordrecht zal dit recente conceptuele werk voor de eerste keer worden geëxposeerd. Deze expositie zal worden opgebouwd uit werken, die allemaal draaien om één centraal thema (zie index verklaring conceptuele werk). <br><br> <table border=0> <tr><td colspan=3><b>Exposities<br><br></b></td></tr> <tr> <td> <b>1985&nbsp;</b><br> <b>1986&nbsp;</b><br> <b>1986&nbsp;</b><br> <b>2001&nbsp;</b><br> <b>2003&nbsp;</b><br> <b>2003&nbsp;</b><br> <b>2004&nbsp;</b><br> <b>2004&nbsp;</b><br> <b>2004&nbsp;</b><br> <b>2004&nbsp;</b><br> <b>2004&nbsp;</b><br> <b>2004&nbsp;</b><br> <b>2005&nbsp;</b><br> </td><td> Shell<br> CUC<br> Galerie Vorstenburg<br> Mahatma<br> Galerie Dordt<br> Galerie Dordt (vbkd premiere)&nbsp;<br> Agnieten Kapel<br> Burgvliet<br> Jeruzalemkapel<br> Filmhuis<br> VBKD<br> "Gouda bij Kunstlicht"<br> Galerie "De Sigarenfabriek"<br> </td><td> Amsterdam<br> Lelystad<br> Zaandam<br> Schoonhoven<br> Dordrecht<br> Dordrecht<br> Gouda<br> Gouda<br> Gouda<br> Gouda<br> Dordrecht<br> Gouda<br> Delft<br> </td></tr> </table> <br> Huidig conceptueel werk<br> <br> Elke dag krijgt de Westerse mens enorm veel visuele informatie te verwerken. Denk hierbij aan televisiebeelden, billboards op straat of aan de kleurige verpakkingen in de supermarkt. Doordat deze visuele informatie zo alom vertegenwoordigd is en voortdurend op ons inwerkt, wordt vaak vergeten dat deze informatie de mens tot een bepaalde manier van handelen aanzet. Op een pak melk bijvoorbeeld staat aangegeven hoe en aan welke kant we deze moeten openen. Hierdoor wordt de mens in zijn gedachtegang beperkt. Hij zal de aanwijzingen opvolgen zonder zelf te bedenken hoe het pak melk geopend kan worden (hiertoe zijn natuurlijk 101 manieren te bedenken). Ook het verkeer wordt bijna geheel gedomineerd door een visuele beeldtaal. Borden met pijlen wijzen ons de weg. Anderen vertellen ons hoe hard we mogen rijden. Ook zijn er borden die ons van alles verbieden. Er zijn borden, die ons waarschuwen voor iets dat (misschien) gaat komen. Denk hierbij aan een bocht die gaat komen of een hert dat misschien over zal gaan steken, etc,etc.<br> <br> Wegbewijzeringen beperken zich echter niet tot het verkeer. Ook openbare gebouwen, zoals banken en stadhuizen staan bol van de aanwijzingen: hoe je bij de balie moet komen, waar je mag roken, waar niet en waar de nooduitgang is. Zelfs de toiletgang wordt in deze gebouwen bepaald door visuele aanwijzingen. Als man ga je naar het toilet met op de deur het symbool voor de man en als vrouw naar het toilet met als symbool de vrouw. Kortom, er zijn tig situaties te bedenken, waarbij een mens voorschriften, geboden ofwel opdrachten krijgt opgelegd door middel van visuele symboliek. <br> <br> De hierboven beschreven visuele hulpmiddelen worden door de overheid natuurlijk ingezet om de steeds groter wordende bevolking te kunnen reguleren. De overheid is er waarschijnlijk van overtuigd dat dit nodig is om de samenleving niet in één grote chaos te laten verzanden. Paul Stamps is er echter van overtuigd dat de grote hoeveelheid aan visuele hulpmiddelen tot overstuurd gedrag leidt. Door overal aan te geven waar de mens heen moet en hoe hij bepaalde problemen moet oplossen, wordt er volgens de kunstenaar een afhankelijke menssoort geschapen. Het vermogen van de mens om zelf oplossingen te vinden, wordt door al de visuele aanwijzingen niet meer geprikkeld. Hierdoor zal dit vermogen waarschijnlijk steeds verder afnemen. De mens zal daardoor dus steeds meer aangewezen zijn op visuele hulpmiddelen.<br> <br> Het recente werk van Paul Stamps staat bol van de symbolen uit de visuele beeldtaal. Vooral de pijl en het symbool van de mens zijn terugkerende elementen in het werk. Met dit werk probeert de kunstenaar te bewerkstelligen, dat de mensen na gaan denken over hun persoonlijke omgang met deze regulerende beeldtaal. Hij hoopt dat de mensen zich gaan afvragen: hoe ga ik met deze beeldtaal om? Laat ik me er volledig door leiden, zonder bewust te zijn dat het anders kan? Of weet ik dat het anders kan, maar vind ik het wel makkelijk zo? De kunstenaar vraagt zich af of de mens de regels en voorschriften, aangegeven op borden, echt zo serieus neemt, als soms het geval lijkt. Denken ze echt dat wanneer een bord aangeeft dat iets rechtoor is, er geen andere mogelijkheid bestaat? Beschouwt men de visuele beeldtaal als ‘de absolute waarheid’ of kan men deze taal relativeren? Het werk van Paul Stamps is te beschouwen als een zoektocht (van zowel de kunstenaar als het publiek) naar de antwoorden op deze vragen. <br>